Begin april 2019 heeft het Vlaams Erfgoed Centrum (VEC) in opdracht van Brummo een opgraving uitgevoerd ter hoogte van ons project De Perentuin in de Perelaarstraat, Mechelen. Concreet wordt hierbij de bouwvoor tot op het gele zand afgegraven. Dat is het niveau waarbij archeologische sporen als gekleurde vlekken in het zand zichtbaar zijn. Alle sporen worden met GPS ingemeten. Na de uitwerking wordt een kaartje gemaakt waarop de antropogene sporen worden aangeduid (afb. 1). Het betreft hier greppels en paalkuilen, respectievelijk aangeduid in het blauw en donkerrood. Recente verstoringen en ploegsporen zijn gearceerd weergegeven.

Afb. 1 Allesporenkaart van de opgraving.

Wanneer het kaartje opgesteld is, kan een interpretatie van de site gemaakt worden aan de hand van de aangetroffen structuren.

Tijdens het veldwerk werden verschillende vier- en zespalige kleine bijgebouwen aangetroffen, zogenaamde spiekers. Deze spiekers worden geïnterpreteerd als verhoogde opslagplaatjes voor o.a. hooi, stro of graan (afb. 2). Binnen deze bijgebouwen zijn verschillende oriëntaties te bemerken die verwijzen naar verschillende fases binnen de nederzetting. Een exacte datering voor dergelijke gebouwtjes is moeilijk te geven, aangezien dit soort bijgebouwtje gebruikt werd over een lange periode, van de Metaaltijden tot in de Middeleeuwen.

Afb. 2 paalkuilen behorend tot spieker, met rechts een reconstructie.

Bij dergelijke bijgebouwtjes wordt ook een hoofdgebouw verwacht. Dit hebben we dan ook teruggevonden in de zuidelijke hoek van het plangebied. Helaas is het overgrote deel van de huisplattegrond verstoord door de voormalige bebouwing op het terrein. Toch was het mogelijk een reconstructie te maken en een datering te geven van het hoofdgebouw. De kernconstructie van de plattegrond bestaat uit een middenbeuk van 3 m breed (afb. 3). Hierin werden de zwaardere palen bevestigd die het dak droegen. Daarrond werden kleinere wandpaaltjes aangetroffen. In totaal heeft het huis dan drie beuken. Typisch voor deze plattegrond is de eerder afgeronde kopse zijde van het huis. Normaliter bevinden er zich twee tegenover elkaar liggende ingangen in de lange wanden. De huisplattegrond wordt geschat op een totale lengte van circa 20 m lang. Dergelijke voorbeelden zijn goed gekend in het zuiden van Nederland en het noorden van België (afb. 4). Voor België geldt het voorbeeld van Rumst als een schoolvoorbeeld (afb. 5). Deze voorbeelden worden gedateerd in de Midden Bronstijd (1800-1100 v. Chr).

Afb. 3 De noordwestelijke kopse zijde van de huisplattegrond.

Afb. 4 Voorbeelden van huisplattegronden uit de Midden Bronstijd in Zuid-Nederland.

 

Afb. 5 Huisplattegrond uit de Midden Bronstijd te Rumst.

Daar het gebied van de opgraving beperkt werd tot de contouren van de projectontwikkeling, kon de gehele nederzetting niet worden opgegraven. Het is duidelijk dat de nederzetting zich verder uitstrekt richting het zuiden. Mogelijks kunnen daar nog allerhande bijgebouwen, kuilen en waterputten worden teruggevonden. Hoe zo’n nederzetting uit de Midden Bronstijd er ongeveer moet hebben uitgezien, is te zien op afbeelding 6.

Afb. 6 Reconstructie van een nederzetting uit de Midden Bronstijd.

Op enkele aardewerkscherven na is er weinig vondstmateriaal aangetroffen. 

Wil je graag meer info over het VEC? Dit kunt u terugvinden op VlaamsErfgoedCentrum

Lees ook ons blog over De Middeleeuwen komen boven in Hombeek.

 


 

Blijf op de hoogte van onze nieuwe studentenkoten of ons bedrijfsvastgoed